Historiek van onze

Muinkpark- & Bourgondische wijk

Onze wijkgeschiedenis begint reeds heel lang geleden toen de Muinkmeersen, het stadsgedeelte tussen de Steenweg naar Brussel (Lange Violettenstraat) en de Blandinusberg, met aan zijn voet de Muinkschelde, nog geregeld onderliepen met Scheldewater, een stroom die zijn weg nog zocht in dit laag gelegen meersengebied en onderhevig was aan de getijenwerking van de zee. De Muinkmeersen, waarbij ‘muink’ verwijst naar de monniken van de St.-Pietersabdij werden met allerlei ingrepen droger gemaakt waarbij het Scheldekanaal (langs de Muinkkaai) een heel belangrijke factor was. Ook de Oude Schelde(ke) (ongeveer verloop van huidige Tentoonstellingslaan) deed zijn werk om water naar o.a. de Vijf Windgaten te brengen.

 

De Muinkmeersen werden in drogere seizoenen gebruikt om linnen te laten bleken hetgeen goed zichtbaar is op het bekende schilderij “Gentse Panoramisch Gezicht van 1534”. Ergens stond er ook nog een kasteeltje “Raveschoot”, ongeveer waar nu de verkeersviaduct begint te dalen in het Zuidpark. (Raveschootstraat). In 1752 had Keizerin Maria-Theresia ook reeds de coupures laten uitvoeren tussen het Strop en de Visserij (nu Filips de Goedekaai – Keizersvest, Franse vaart) die tot doel hadden om het Scheldedebied te regelen en in feite slechts onbevaarbare grachten waren voor de bolwerken van de stadsverdediging.

 

Alles bleef gedurende eeuwen vrij onaangeroerd en na de Franse Revolutie kwamen de meersen in privébezit maar bleven in gebruik als bleekweiden voor de uit de grond schietende textielindustrie (o.a. Sint-Pietersnieuwstraat, Kantienberg, Voetweg, Stalhof, Ter Platenkaai).

Gent verwelkomde de trein in 1837. Gent had de ideale toegangsweg tot zijn centrum nl. de onontgonnen Muinkmeersen. Ze konden het niet beter gedroomd hebben. Een beetje onteigeningsgeld aan de heer François Bénard of één van zijn erven. In 1841 beslist de gemeenteraad de Muinkbrug te herbouwen om de verbinding tussen de wijk Sint-Pieters en het nieuw station te verbeteren. De gemeenteraad aanvaardt het voorstel van de heer Bénard, grondeigenaar wonende te Brussel, om een straat aan te leggen van de Muinkbrug tot aan de spoorweg. De heer Bénard stelt kosteloos de grond ter beschikking van de stad, maar de stad moet de nodige werken uitvoeren voor eigen rekening. De straat wordt François Bénardstraat genoemd. Enige contradictie? Het straatnaambordje laat lezen: "Eigenaar, 1757-1798". Wel een tijdje verschil tussen 1798 en 1841…

De spoorweg met zijn vele parallelle spoorlijnen volgde het tracé van het huidige Zuidpark vanuit Ledeberg. Wat moet het mooi zijn geweest om bij het binnen puffen van Gent aan de linkerkant de Blandijnberg te zien opdoemen met de grootse Sint-Pietersabdij. Wat een achtergrond! Iets verder wuivende rookpluimen van fabrieksschoorstenen…

Onder impuls van het succes van de dierentuin in Antwerpen (1843) gingen een aantal Gentse notabelen in 1851 over tot de oprichting van de Gentse Maatschappij voor Natuurlijke Historie, beter klinkend als de Société Royale d’Histoire Naturelle de Gand met als doel: de inrichting van een dierentuin te Gent.

 

Het zou nochtans niet de eerste exotische dierenverzameling in onze stad worden. In het Gravensteen was er in de 14de eeuw minstens één leeuw. Die behoorde tot de ‘diergaerde’ van de graven van Vlaanderen die vanaf de 15de eeuw in het Prinsenhof was ondergebracht.

 

De Gentse diergaerde, of den Biestenhof, werd ontworpen als een weelderige lusttuin waar de beau-monde hun mooiste kroost te pronk kon stellen tussen kleurige papegaaien, beren, berggeiten en zelfs een olifant en dromedaris waarmee rondritjes werden gemaakt. Doch de mooie exotische gebouwen en de aan reuma lijdende dieren konden het goed weer niet blijven maken. De trein bracht onze beau-monde naar de Litorale om daar te paraderen en…

de dierentuin ging failliet in 1904.

In mei 1905 kocht de stad Gent de oude dierentuin.

 

Het terrein werd verkaveld: een nieuwe Muinklaan van 20 m breedte werd aangelegd dwars door de dierentuin tussen de Diertuinlaan (Rooseveltlaan) en de Muinkkaai. De Hofstraat en de Hertstraat werden verlengd tot aan de reeds bestaande Bénardstraat. Tussen de vierhoek Bénardstraat, Hertstraat, Muinklaan en Hofstraat werd een park van 15 ha aangelegd, het Muinkpark, waarin de mooiste bomen van de dierentuin werden behouden, evenals een gedeelte van de vijver.

 

Tussen de oude delen van de Hofstraat en de Hertstraat op ongeveer 100 m van de Muinklaan werd een nieuwe straat aangelegd, de Lamastraat (Alpacastraat). De ruimte van ongeveer één ha tussen deze vier straten werd ongeveer een meter opgehoogd en werd een speelplein en oefenplein voor de burgerwacht. Ongeveer drie ha grond werd verkocht voor bouwgrond.

In 1906 werden door Eugène de Hemptinne aan de “Lamastraat” 67 werkmanshuizen gebouwd, bewoond door 245 personen. Elk huis had een voorkamer, een keuken en een achteruit met pomp en toilet, op de eerste verdieping waren twee slaapkamers, daar boven een mansarde en een zolder. Deze huisjes kon je als luxueus beschouwen in vergelijking met de honderden beluiken elders in de stad. De huisjes werden in het begin enkel verhuurd aan arbeiders van de fabrieken Lousbergs.

Deze groep gelijkvormige (van ver) huisjes werd de Cité de Hemptinne genoemd. 

 

De liberale familie Lousbergs versus de katholieke familie De Hemptinnes?

De grootvader van Eugène, Felix-Joseph, palmde het bezit van de Lousbergs in door met dochter Henriette te trouwen. Wat is de liefde alvermogend.

 

Later verdween het speelplein en het oefenplein voor de huidige woningenblok tussen Muinkkaai en Alpacastraat met veel Art Deco-gebouwen.

 

De ganse wijk rond de voormalige dierentuin kreeg straten die verwezen naar de voormalige dierentuin.

De zuidelijke kant van de Bénardstraat heeft een moeilijke ontwikkelingsgeschiedenis.

De huidige Wenemaerstraat bestond al heel lang als Oude Molenaarsstraat. Planmakers van Gent zouden het oplossen maar blijkbaar moet het Oud Scheldeken toch letterlijk dwars hebben gelegen want de voorziene dambordconstructie met de huidige Leeuwstraat en twee parallelle straten, gedwarst door de Tijgerstraat en de Olifantstraat, ging niet door.

 

Het openen van twee lang geplande straten, de Olifantstraat en de Leeuwstraat (1882) ging gepaard met de liquidatie van het zuidelijk Oud Scheldeke. De Tentoonstellingslaan, 1906/08, vormt een brede laan met bochtig tracé van de François Bénardstraat tot de Terplatenbrug. Stadsingenieur Victor Compijn nam het initiatief tot een stervormig stratenpatroon, rondom een cirkelvormig plein, waar de Tentoonstellingslaan kruist met de Leeuwstraat, Tijgerstraat en Zebrastraat..

De Tentoonstellingslaan is deels gesitueerd op het tracé van de overwelfde Oude Schelde(ke).

 

Merkwaardige gebouwen verrezen in dit wijkgedeelte met het neogotische Crombeen als blikvanger, maar ook de AutoPalace, nu in Deco-versie, eerder als Art nouveaugebouw, verschillende burgershuizen hebben een prachtige gevel en dito interieur.

In de Zebrastraat vinden we de tegenhanger van de Cité de Hemptinne,

de CirkOfschoon van dezelfde bouwperiode toch een totaal andere 

bouwstijl en conceptie. De Cirk werd gebouwd en was eigendom van de

Gentse Maatschappij der Werkerswoningen n.o.v. stadsarchitect Ch. Van Rysselberghe, ingehuldigd in 1908.

 

Omvatte een huizenrij van dertien huizen aan de Zebrastraat met centrale doorgang naar een ovaal, beboomd binnenplein met acht afzonderlijke woningen en tien panden met twee woningen per bouwlaag. De twee hoekpanden waren oorspronkelijk voorzien als winkels.

In 1930 werd er nog een vierde bouwlaag toegevoegd waarbij het oorspronkelijk concept een stukje werd ontfraaid. Deze cité kwam er onder meer uit een hevige controverse tegen de eerder vermelde Cité de Hemptinne. Zij laten door hun locatie, in hun ontwerp en in hun uitvoering twee tegenovergestelde visies over de huisvesting van de werkende klasse zien. De Gentse Maatschappij der Werkerswoningen kon zich geen topligging veroorloven. De dure grondprijzen werden opgevangen door "blokhuizen met menigvuldige woonvertrekken" en een extra bouwlaag. Bovendien bouwde ze met een sociaal doel: een oplossing bieden voor de massa’s arbeiders van wie hun huisvesting in de binnenstad was weggesaneerd

Eén van de vele bloemisten van het geslacht Spae, nl. Frans Spae, liet in 1910 een straat aanleggen op zijn bloemisterij, de Frans Spaestraat, en bracht zijn bedrijf over naar Melle. De familie Delaruye had een grote bloemisterij nabij de huidige Wenemaerstraat, trok daarna naar Ledeberg. Het Zand, het gedeelte ten zuiden van het Oud Scheldeken (tussen Ter Platenkaai, Tentoonstellingslaan, Sint-Lievenspoortstraat, Keizersvest, Sint-Lievenslaan) was weinig bebouwd en nog vrij ruraal in 1900.

 

De stadsmuur liep van de Heuvelpoort (achter de huidige nog onbestaande huizen van de Citadellaan) met een droge gracht naar de Schelde tot aan het schildwachthuisje “de peperbus", het enige dat van onze "OudeVesten", bewaard is gebleven. Om van daar naar de Terplatenkaai of naar de St-Lievenslaan te geraken, waar zich het militair poermagazijn (Kruitmagazijnstraat) bevond in een eenzaam gebouw, moest men zich laten overzetten.

Na de afschaffing van de octrooirechten in 1860, viel de Sint-Lievenspoort in onbruik. Toen de westelijke arm van de stadsgracht verbreed werd tot een bevaarbare waterloop (Keizersvest), werden in 1882 de grondvesten van de poort weggebroken terwijl de St.-Lievensbrug herbouwd werd als een vaste stenen brug met twee bogen.

De Sint-Lievenslaan en de achterliggende Bourgondische wijk zijn ontstaan op de vroegere bolwerken van de stadsverdediging. Pas in 1880 besluit de gemeenteraad een eerste Ter Platenbrug te bouwen over de Schelde om de verbinding te maken tussen de Sint-Lievenslaan en de (nieuwe) Citadellaan.

Aan de Sint-Lievenslaan werden statige herenhuizen gebouwd en zelfs een kasteeltje met grote tuin. Dit laatste werd in de jaren ’70, 20ste eeuw, afgebroken voor de hoogbouw SL en Bourgondia (Karel de Stoutestraat) met ondergrondse parking onder de voormalige tuin met manègepiste.

 

Waar nu het Rijksadministratief Centrum is was er vroeger de ‘Mestpacht’ doch daarvoor was er in 1896 een concessie van “tramcars zonder riggels”, de Compagnie Gantoise de Transports. Er werd voorzien in 17 rijtuigen, elk getrokken door twee paarden. De exploitatie zou drie lijnen omvatten, waaronder één van de Korenmarkt naar de Zuidstatie en de Sint-Lievenspoort. Later komt ook de reinigingsdienst. Op de Sint-Lievensboulevard stond een gebouw van den openbare ‘reinigheidsdienst’ met stallingen en ruimtes waar vuilniskarren, handkarren, paardenkarren, sproeiwagens, ruimketels op vier wielen met zuigbuis en kraan, gestald werden.

 

In de Bourgondische wijk, waarvan enkel de straatnamen verwijzen naar Bourgondische hertogen M/V, verdwenen de fabrieken, poermagazijnen, scheepswerven, … om een woonwijk te worden goed beschermd tegen invallers wegens de watergrenzen maar niet tegen het sluikverkeer dat de Boulevards probeert te vermijden.

 

Vandaag zijn onze mooie Boulevards verworden tot semi-autowegen.

 

De Muinkmeersen waren een laaggelegen, vochtig gebied van meersen en weiden achter de Sint-Pietersabdij, doorsneden door de Oude Schelde. Wegens hun ligging aan het water waren ze een ideale locatie voor het bleken van textiel. Omstreeks 1779 waren er niet minder dan 18 blekerijen actief: drie van was, zeven van lijnwaad en acht van garens. De Nederlandse soldaat Jan Wynants maakte diverse aquarellen van dit uitgestrekte gebied, waarop de blekers met een speciale gieter hun stoffen besproeien. (Bron:Gent van Toen en Nu)

Muinkmeersen halverwege 19de eeuw, met rechts het Zuidstation, links de Sint-Pietersabdij.

Plattegrond van de dierentuin.

De dierentuin van Gent, België op een lithogafie van F. van Loo, einde 19e eeuw.

Blauwdruk van de plannen van de Cité de Hemptinne.

De Cirk van nu

Wachthuisje (echauguette) bij de (Hertogin) Isabellakaai; de oude stadswal; overschot omheining Vroegere Sint-Pieterskaai

Omstreeks 1900 lag er aan Ter Platen een landelijk gehucht, dat gedomineerd werd door de schoorsteen van van een hout-en kolenmagazijn. Door de geringe hoogte van de schoorstenen viel het roet van veel fabrieken neer in de onmiddellijke omgeving. Na klachten legde de overheid de verplichting op schoorstenen hoger te bouwen. Daardoor kwam het roet alleen meer verder terecht. (Bron: Gent van Toen en Nu)

11

12

13

15

14

De oude stadsverdediging

11. Karel de Kerchovelaan of Citadellaan

12. Muinkbrug

13. Ter Platenbrug

14. Oude Schelde; nu overwelfd

15. St.-Lievenslaan

2015 Historische sprokkels Muinkpark/Bourgondische wijk, Albert De Graeve

v.z.w. Muinkparkwijk

Frans Spaestraat 29

9000 Gent

info@muinkparkwijk.be 

ondernemeningsnr 0435 768 045
BE31 2900 5305 2755 – GEBABEBB.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now